Je zou het een Paasgedicht kunnen noemen. Maar evengoed een gedicht over eenzaamheid. 

Bij de bakker 

 

Er stond zo’n vrouw die je de tijd

moet geven – als er geen rij is.

Ik was die rij dus dat viel mee.

De bakkersvrouw, zij luisterde

en keek zo nu en dan naar mij.

Ik knikte even, kneep een oogje

toe. Na een versleten schouder,

een tussenwervelschijf en een

nieuwe knie, kwam er beweging.

De tas werd ingepakt, brood besteld

en taart. Verstopeitjes niet vergeten,

de kinderen komen met de Paas.

 

Fiet van Beek, 
eilanddichter