015

Voordracht politiek café, © foto Jeanne Dijkstra

Of ik iets over windmolens kon schrijven. Maar natuurlijk eh wat oh windmolens juist. Ik heb niets met windmolens, of beter gezegd: had. Het eerste concrete verzoek voor een dorpsdichtersgedicht had te maken met het eerste politiek café in Ermelo. Je maakt wat mee in ons dorp; eerst een nieuwe bibliotheek, dan de eerste dorpsdichter en vervolgens een politiek café. Hoezo saai? Thema van de discussie-avond: blijft Ermelo tegen de windmolens vechten? Kwestie is dat Ermelo de ambitie heeft in 2030 energie-neutraal te zijn maar die ambitie blijkt niet te halen zonder windmolens en daar is de voltallige gemeenteraad tegen. Of moet ik was tegen schrijven; ik meen gisteravond enige beweging in de standpunten te bespeuren. Mijn laatste regel bleek dan ook van toepassing.

Windmolens, juist ja. Hoe schrijf ik daar nou een gedicht over zonder partijpolitieke standpunten (die zijn er al genoeg) en zonder cijfers en vakjargon (die zijn er ook genoeg). Als ik niet meteen iets heb met een onderwerp ga ik er een paar dagen op broeden, praat er met deze of gene over, surf wat over internet maar niet teveel en bedenk of ik een historie met zo’n onderwerp heb. Ik kwam windmolens zelf vooral in Flevoland tegen en kijk daar begint een beginnetje. Op een rustig moment -in dit geval een zondagmiddag- ga ik woorden en beelden opschrijven die ik in mijn hoofd verzameld heb. Daarna duurt het nooit lang voor er een gedicht ontstaat. Een lijn, een paar zinnen, klank, wat schaaf- en schrapwerk en het onstaat: een gedicht over windmolens. Twee dagen later nog eens tegen het licht houden en het is klaar. Waarmee ik meteen antwoord heb gegeven op een vraag die me de laatste dagen vaak gesteld is: is dat niet moeilijk om een gedicht te schrijven over een onderwerp dat je niet zelf hebt bedacht?

 

OPWEKKEND

Daar sta ik dan. Vanaf de groene overkant
bezie ik Ermelo’s grondgebied.
Hoog boven oud en nieuwer land

kijk ik op strand en wei. Vergeleken
met mij is Kinderdijk maar kinderspel,
toch word ik door toeristen niet bekeken.

Jarenlang heb ik mijn kop in de wind
gegooid en eromheen gedraaid.
Wie kan mijn krachten nog negeren? Ik vind

het tijd de kwestie te benoemen.
Waar zit de keerzij van een ronde mast?
Laat ik het niet verbloemen:

het gaat om waar je staat.

 

©Fiet van Beek, 2016